Arnout C. Gischler

De Sirenen

 

De sirenen kunnen ons parten spelen. Vooral wanneer ze in tekst herboren worden tot een nieuw leven. Gelukkig hebben mijn vroegere brieven, notities en verslagen de realiteit kunnen vasthouden in een reeks gebeurtenissen die in 1939 van start ging.

Een citaat uit De Sirenen

Afleveren fiets aan een vriend in Arbeitseinsatzkamp te Hausach in 't Schwarzwald, 1943.

Nog maar één bergrug, dacht ik. Het werd donker; het weggetje smaller en steiler. Fietsen was er niet meer bij. Ik duwde de fiets de berg op en de rust van de herfstbossen in. Plotseling zag ik een lichtje tussen de bomen. Het had even een verlammend effect. Er was niet veel fantasie voor nodig om een jongeman (zonder uniform) met een Hollandse fiets, op dit moment van de nacht, op deze plaats, verdacht te vinden. Ik zocht naar een plausibele verklaring voor het geval dat een hond mij zou verraden. Teruggaan was geen optie nu mijn doel nog maar één bergrug verwijderd leek. Ik ging voorzichtig verder. Het licht kwam uit het venster. Het pad ging er recht op af, een houten gebouwtje. Ik wilde er met een grote boog omheen, maar het kreupelhout in het bos was te dicht en de nacht reeds te donker. Ik sloop voort en sidderde bij ieder geluid dat mijn voetstappen of de fiets maakte. Ik moest er wel vlak langs.Toen drongen flarden muziek tot mij door: een grammofoon, geruststellend, uitnodigend en ik naderde tot onder het gesloten raam. Ik kon het nu duidelijk horen: klarinet klanken .... : het adagio van Mozarts klarinetconcert. Door het verlichte raampje kon ik nog net een stukje petroleumlamp onderscheiden, meer niet, daarvoor lag het te hoog. De grammofoon was niet ‘je-dat’ maar het klonk won¬derlijk en een hemelse vrede vulde de zwarte bossen. Hier woonde geen houthakker of boswachter; een vluchteling misschien. Zou ik op het deurtje kloppen Wat zou de bewoner van dit hutje doen als ik op het raampje zou tikken. Misschien was hij niet alleen en lagen ze al in bed. Ze zouden zich rot schrikken.Ik ging zitten, ereloge op een boomstronk, tot de grammofoon zweeg en wachtte op de finale. Die kwam niet, de petroleumlamp ging uit en het werd helemaal nacht. Met de fiets op mijn rug naast de rugzak klom ik verder de berg op. Het paadje werd een wildspoor.

De Sirenen, illusies in oorlogstijd

Uitgever Van Gruting, 2008

Voor belangstelling of reacties neem contact op via de onderstaande email-link. U kunt een reactie verwachten.

Vriendelijke groet,

Arnout Gischler

Soms kan de mens zijn vaart niet aan

Dan maant het lot tot stille staan

En dreigt met angst om voortbestaan

als overmoed toch door wil gaan.